Een Haagse traditie

Op 31 december 2018 liep de traditie van het vreugdevuren stoken in Duindorp en Scheveningen volledig uit de hand. Brokken brandende houtskool en een vonkenregen veroorzaakte overal in Duindorp brandjes en richtte schade aan bij gebouwen en auto’s. Hoewel er niemand gewond raakte zorgde het vuur en de vonkenregen voor veel angst en overlast bij de bewoners.

De grote groepen vrijwilligers uit Duindorp en Scheveningen concurreren ieder jaar met elkaar wie de hoogste toren bouwt en uiteindelijk het grootste vuur kan aansteken op oudejaarsnacht. Ieder jaar worden de torens hoger en verzinnen de toegewijde vrijwilligers manieren om toch nog beter te kunnen bouwen: beter pallets of het huren van een kraan, om de wedstrijd te winnen. Volgens de bouwers van de vuren laat dit het unieke karakter van hun gemeenschap zien: “Waar in Nederland bouwen mensen vrijwillig zoiets groots en moois?”

Dit jaar zorgde die toewijding ervoor dat de afspraken met de gemeente over de hoogte van de toren niet werden nagekomen. De bouwers mochten 25 duizend pallets gebruiken, maar gaven toe dat er uiteindelijk ruim 50 duizend pallets gebruikt waren. De toren werd uiteindelijk 13 meter hoger dan toegestaan was. In combinatie met specifieke weersomstandigheden leidde dit uiteindelijk tot de gevaarlijke situatie op oudejaarsnacht.

Rellen

Voor oudejaarsdag 2019 werd daarom geen vergunning verleend voor de vreugdevuren door de gemeente Den Haag. De teleurstelling en boosheid bij de bewoners van Duindorp over deze beslissing liep uit op nachtelijk rellen waarbij onder andere bushokjes gesloopt werden een snackbarkeet in brand werd gestoken. In een paar dagen tijd werden meer dan 30 aanhoudingen verricht door de politie, waarbij een deel van de arrestanten minderjarig was. De vrijwilligers en gemeente stonden lijnrecht tegenover elkaar.

Dat levert de vraag op: had dit vanuit de gemeente beter gemanaged kunnen worden? Volgens Marc van Public Mediation gaat de situatie in Duindorp al heel ver terug. De vreugdevuren zijn al vanaf de jaren ’60 een traditie, waarbij de inwoners van Den Haag vuren bouwden op straathoeken, met alle schade en overlast van dien. In de jaren ’90 werd besloten om deze vuren te verbieden, maar twee gemeenschappelijk vuren te bouwen op de stranden bij Duindorp en Scheveningen, juist om de onrust met oudejaarsnacht tegen te gaan.

De afgelopen jaren werden de vuren steeds groter door de competitie tussen de twee groepen en liep het steeds wat meer uit de hand: “Als je in die context naar dit vraagstuk kijkt, dan zie je dat de oplossingen ook niet heel eenvoudig zijn”. Dit soort conflicten ontstaan omdat mensen vanuit verschillende perspectieven naar hetzelfde vraagstuk kijken. Volgens Marc zijn de emoties van de buurtbewoners heel begrijpelijk: “Er is een enorme groep vrijwilligers die hier samen aan werkt. Het is zeker niet niks om zo’n enorm vuur te bouwen. Mensen leven hier het hele jaar naar toe. Er zit dus een hele organisatie achter en het is ook een groot stuk identiteit van die wijk”.

Wederzijds begrip

Dit is een conflict waar emoties en waarden een rol spelen en dat vraagt om een aanpak waarin begrip voor elkaar centraal staat. “Mensen moeten elkaars verhalen, de manieren om te kijken naar die vreugdevuren, van elkaar horen en daar moet wederzijds begrip voor gekweekt worden. Dan kan naar een oplossingen toe gewerkt worden”. De avondklok, gebiedsverboden en harde maatregelen wijzen op escalatie van het conflict en gaat naar een crisis toe.  Achteraf kun je concluderen dat dat verbod misschien niet de beste oplossing was, aan de andere kant begrijp ik ook dat de gemeente die onverantwoordelijke situatie met het vuur niet kan tolereren”. De partijen moeten langdurig met elkaar om tafel en er moet gewerkt worden aan dat wederzijdse begrip om tot oplossingen te komen die geaccepteerd worden door de bewoners.

Hier de link naar het radio-interview dat Marc gaf.