Over initiatiefrijke bewoners en zoekende ambtenaren

In Amsterdam Oost, vooral op de Oostelijke eilanden, is de openbare ruimte schaars. Bij de ontwikkeling van deze gebieden tot woonwijken was de verwachting dat de buurt weinig gezinnen met kinderen zou trekken. Daarbij was de aanname dat de veelheid aan water voor een belangrijk deel het gebrek aan openbare ruimte zou compenseren. Die verwachtingen bleken niet gerechtvaardigd. Er kwamen steeds meer gezinnen met kinderen naar de Oostelijke eilanden en in de loop der jaren groeide de vraag naar speelplekken.

In 2012 neemt een aantal buurtbewoners zelf initiatief voor het ontwikkelen van een speelplek in de binnentuin van hun appartementencomplex. Zij willen in een hofje de klinkers vervangen door gras. Dit hofje is eigendom van de Vereniging van Eigenaren (VVE) die met dit idee instemmen. Het blijkt een groot succes. Er wordt direct hard op gevoetbald en is daarom niet geschikt voor de allerkleinsten. De kinderen in de buurt missen nog een andere plek om te spelen. Ook de woningbouwvereniging erkent het probleem. Er wordt een zoektocht georganiseerd naar mogelijke nieuwe plekken. Spelen in de hoven blijkt uiteindelijk lastig te realiseren omdat de binnenhoven eigendom zijn van de VVE’s. Maar in de openbare ruimte is wel plaats om speelplekken te ontwikkelen.

Het bestuur van het stadsdeel stelt geld beschikbaar voor een nieuwe speelplek. Het bewonersinitiatief past immers goed bij het beleid voor speelplekken. Het stadsdeel schaft zelfs een ponton aan, om de speelplek op het water te realiseren. Ondertussen benoemt het bestuur een projectleider die het project van de drijvende speelplek (omgedoopt tot de Speelboot) onder zijn hoede neemt. Het lijkt een eenvoudig realisatieproject te worden. Het geld is gereserveerd en het bestemmingsplan biedt ruimte aan de speelboot. De enige tegenvaller is een technisch mankement aan het ponton, zodat het nog even duurt voordat de plannen gerealiseerd kunnen worden. Uiteindelijk komt het voorstel gereed, inclusief toestemming van het Havenbedrijf. In 2014 stuurt het stadsdeelbestuur een brief aan de buurt waarin zij om een reactie op de plannen en het ontwerp vragen.

De respons vanuit de buurt is wisselend en in het algemeen niet positief. Daarop organiseert de voorzitter van het stadsdeelbestuur een bewonersbijeenkomst om de plannen te bespreken met een breder publiek. De tegenstanders van het plan keren zich luidruchtig tegen de speelboot. De oorspronkelijke initiatiefnemers van de allereerste speelplek zijn inmiddels verhuisd. Er zijn geen kinderen aanwezig. De emoties lopen tijdens de bijeenkomst zodanig op dat het stadsdeelbestuur besluit even pas op de plaats te maken. De betrokken ambtenaren worstelen met de ontstane situatie.

Het conflict rond de speelboot is niet uniek in zijn soort. Er is een toenemende aantal bewonersinitiatieven en het bestuur en ambtenaren zoeken naar een passende rol. Daarom besluit het Stadsdeel Oost om zichzelf aan een onderzoek te onderwerpen. De organisatie start een zoektocht naar het ontstaan van conflicten in de wijk en wil ook leren hoe die zijn op te lossen of te voorkomen.

Het stadsdeel gaat voortvarend te werk. Aan de hand van buurtinterviews en tijdlijnreconstructies wordt met buurtbewoners gereflecteerd op conflictsituaties. Hierdoor ontstaat inzicht in de conflictdynamiek en de eigen rol daarin. Met een kleine groep ambtenaren worden daarnaast intensieve reflectiesessies georganiseerd gedurende de ontwikkeling van de nieuwe speelplek. Tegelijkertijd wordt in een reeks Masterclasses die zijn opgebouwd rondom praktijksimulaties en teaching cases gewerkt aan uitbreiding van het ambtelijke repertoire met nieuwe competenties en vaardigheden.

De inzichten die deelnemers opdoen in de reflecties en de vaardigheden die worden geoefend tijdens de Masterclasses worden ondertussen direct toegepast in de praktijk. Al werkend ontwikkelt zich een nieuw handelingsrepertoire wat geen ‘blauwdruk’ is, maar zich het best laat omschrijven als een vorm van ‘geïnformeerd improviseren’. Hierdoor leren betrokkenen om eerder en bewuster te kiezen voor een repertoire dat bij het vraagstuk past en escalatie van conflicten kan helpen voorkomen.


Naar het overzicht