deelnemers staan bij beeldverslag
Bijeenkomst gemeente Enschede

De gemeente Enschede bereidt de Energievisie en de Visie Buitengebied voor die de raad in december 2019 wil vaststellen. Beide visies hebben raakvlakken en de raad heeft de wens om de samenleving te betrekken bij de voorbereiding hiervan. Omdat beide trajecten van visievorming nauw met elkaar samenhangen, is het idee ontstaan om de visie-trajecten samen te voegen. Energieopwekking heeft immers grote gevolgen voor het landelijk gebied en vice versa. De energie die nodig is om te wonen, te werken en te recreëren zal de stad voor een belangrijk deel zelf op een duurzame manier moeten opwekken. Daarvoor is, naast het bebouwde gebied, ook het landelijk gebied in beeld. Een gebied met zijn eigen kwaliteiten en opgaven, zoals voor de toekomst van de landbouw, het behoud van het landschap en het inspelen op mogelijke bevolkingskrimp. Public Mediation is gevraagd om het participatietraject te begeleiden.

Hoe draagt participatie aan visievorming bij?

Participatie is naar ons idee niet alleen bedoeld om geluiden op te halen uit de samenleving, maar kan ook bijdragen aan visievorming door;

  • verschillende belangen en inzichten te kennen en mee te nemen in de inhoudelijke gedachtevorming over beleid;
  • het probleemoplossend vermogen te vergroten bij complexe vraagstukken (de overheid kan immers niet alle verantwoordelijkheid op zich nemen);
  • wederkerigheid en commitment te vragen: participatie geeft alle partijen de mogelijkheid om verantwoordelijkheid te nemen;
  • de kwaliteit van besluitvorming te verbetering: het resultaat van een participatieproces zou voor alle betrokkenen beter moeten zijn dan een visie-traject zonder participatie.

Uitdagingen participatie

In trajecten van visievorming zien wij in het algemeen vier uitdagingen voor participatie;

  1. Vertegenwoordiging van perspectieven

    In elk participatietrajecten komt op enig moment de vraag naar voren hoe doelgroepen bereikt kunnen worden die uit zichzelf niet actief deelnemen. Het gaat meestal om jongeren, mensen met een niet-Nederlandse achtergrond of laaggeletterden. Voor hen is er een barrière om deel te nemen aan een visie-traject, bijvoorbeeld door gebrek aan interesse, kennis of vaardigheden. Er is echter een verschil tussen de representatie van een persoon/organisatie (mijn stem) en representatie van een perspectief (mijn geluid). In trajecten van visievorming is het belangrijk om alle perspectieven aan tafel te hebben, dat wil zeggen hoe mensen naar een vraagstuk kijken en hoe zij erover praten. De persoonlijke vertegenwoordiging is in dit geval minder belangrijk en wordt vaak ingevuld door de politieke vertegenwoordiging.

  2. Van standpunten naar belangen

    In participatietrajecten nemen omgevingspartijen vrij vlot standpunten in, bijvoorbeeld over windmolens in het buitengebied (nee!), het toestaan van recreatie of het creëren van woonplekken voor jongeren. Het lastige is dat deze standpunten niet allemaal verenigbaar zijn. Grootschalige zonneparken bijvoorbeeld, helpen om de doelstelling van duurzame energieopwekking te behalen, maar ‘bijten’ met de landschappelijke waarde. Achter deze standpunten liggen echter belangen, dat wat mensen belangrijk vinden. Die geven antwoord op de vraag waarom mensen een standpunt/positie innemen. Door die expliciet te maken wordt duidelijk dat je op verschillende manieren naar een windmolen kunt kijken. Als aantasting van het landschap, als opwekker van duurzame energie of als kans om een extensief agrarisch bedrijf te laten bestaan. Daarmee ontstaat ruimte om het perspectief van anderen te begrijpen en nieuwe oplossingen te bedenken. Het gaat dan nadrukkelijk niet om het laten prevaleren van één perspectief, maar om te kijken welke perspectieven elkaar aanvullen en of niet uitsluiten.

  3. Van belangen naar opties

    Als helder wordt wat mensen zelf belangrijk vinden, dan ontstaat ruimte voor een breder palet aan opties om aan die belangen tegemoet te komen. Opties zijn eigenlijk mogelijke oplossingen. In het voorbereidende werk van de visievorming zijn er veel opties en ideeën geïnventariseerd. Daaronder technische opties voor besparing, fiscale maatregelen om energieverspilling te ontmoedigen en het gebruiken van industriële daken voor zonne-energie. Sommigen opties zijn al afgevallen, zoals geothermie, omdat het niet voorhanden is. Bij de beweging van belangen naar opties worden zoveel mogelijk opties bedacht die tegemoet kunnen komen aan de verschillende belangen. Dat helpt om voorbij de individuele standpunten te komen.

  4. Van opties naar pakketten

    De laatste uitdaging is om de verschillende opties te verbinden aan de bredere opgaven van de energietransitie en de ontwikkeling van het buitengebied. Op zo’n manier dat deze opgaven aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Zo kan bijvoorbeeld de strategische richting ontstaan om als gemeente in te zetten op een integraal handhavingsbeleid gericht op een strengere de naleving van de Wet Milieubeheer. Of door in te zetten op innovatie en kennisontwikkeling. De achterliggende belangen zijn bijvoorbeeld gelijke concurrentie, energiereductie, tegengaan van verrommeling van het platteland en een gelijke behandeling van bedrijven en burgers. Op die manier ontstaat begrip voor -, acceptatie van – en waar nodig commitment aan de visies.

Naar het overzicht