Joint Fact Finding Spoortrillingen

De groei van het spoorvervoer gaat hand in hand met de groei van de gebouwde omgeving. Zo komen er het komende decennium pakweg één miljoen woningen bij in Nederland, waarvan een groot deel in de buurt van bestaande wegen, spoorwegen en vliegvelden gebouwd zal worden. Deze toenemende dichtheid geeft een spanning tussen verschillende maatschappelijke functies zoals duurzaam (trein)vervoer en het wonen in een rustige en veilige leefomgeving. Tegelijk weten we er nog weinig van. Daarom startten we een joint fact finding naar spoortrillingen.

 

 

Beleidsvoorbereiding

De minister heeft aangekondigd het beleid voor spoorwegtrillingen te willen intensiveren. Dit beleid moet zijn grondslag hebben in een solide feitenbasis waar de verschillende betrokken en aangedane partijen zich in kunnen vinden. Op basis van gemeenschappelijke uitgangspunten kan de politieke een afweging maken over de balans tussen het beschermen en benutten van de leefomgeving.

Perspectieven

Om tot een gemeenschappelijke feitenbasis te komen, begeleiden wij een joint fact finding met de verschillende betrokken partijen. Een dergelijk proces gaat niet vanzelf, zo staan we stil te staan bij de vraag hoe we verschillende doelgroepen meenemen worden dat een traject vastloopt in een veelheid aan deelnemers.  In dat geval vragen we relevante perspectieven aan tafel. Daarnaast is het nodig aandacht te besteden aan het overbruggen van het eigen perspectief: het leren spreken van de taal van de ander. De deelnemers van de joint fact finding komen vanuit verschillende achtergronden en kijken anders naar de wereld. Om die reden het gesprek voeren over centrale begrippen die zij gebruiken.

Alleen feiten?

Als mens hebben we moeite om feiten en interpretatie daarvan van elkaar te scheiden. Wij proberen onze omgeving te begrijpen en dat doen we door betekenis te geven aan wat we waarnemen. Het is lastig om het feit “buitenlucht gemiddeld 25 graden Celsius, gemeten in de schaduw gedurende een periode van 3 uur” te zien zonder dat te interpreteren, bijvoorbeeld dat het een warme dag is (maar niet voor iemand die gewend is aan 40 graden). In joint fact finding bieden we daarom ruimte aan de interpretatie van feiten, bijvoorbeeld wat verschillende doelgroepen een aanvaardbaar niveau van trillingen vinden, of welke maatregelen de voorkeur hebben. De subjectieve beoordeling is een apart onderdeel van de feitenbasis, maar wel onlosmakelijk verbonden met het traject omdat het ook de vragen naar feiten bepaalt.

 Joint Fact Finding

Veel publieke besluitvorming berust op feiten. Maar wat als er geen overeenstemming is over de feiten? Of als er een conflict is over wat de feiten zijn, of als er grote onzekerheden zijn? De acceptatie van expert-kennis over vraagstukken zoals het klimaat, geluidsoverlast of spoorwegtrillingen is niet onomstreden. In het maatschappelijke debat ligt deze onderliggende kennis vaak onder vuur. Recentelijk gingen boeren zelfs op weg naar het RIVM om te protesteren tegen de meetmethode van de stikstofberekeningen. Dat illustreert hoezeer (wetenschappelijke) feiten inzet zijn van conflict.

Als partijen het niet eens zijn met de gevolgen van beleidskeuzes ontstaat er discussie over feiten. Om te voorkomen dat de beleidsvoorbereiding in een impasse raakt door de onenigheid over feiten en beschikbare kennis, helpt het om overeenstemming te hebben over de feitenbasis. Een beproefde methode hiervoor is joint fact finding, ofwel een gezamenlijk feitenonderzoek. In een joint fact finding zetten belanghebbenden met behulp van experts de feiten op een rij, om vanuit een gemeenschappelijke basis tot oplossingen en afspraken te komen. Partijen verzamelen kennis en voegen die samen in een gemeenschappelijke kennisbasis. In de praktijk kan een proces van joint fact finding verschillende vormen aannemen.

 

 

Naar het overzicht