Natuur en economie in de Westerschelde

Zeeland Seaports benaderde ons samen met vijf natuur- en milieuorganisaties met de vraag hen te ondersteunen bij havenontwikkeling middenin een Natura 2000 gebied. Tien jaar eerder was hierover een conflict ontstaan tussen de natuurorganisaties, de haven en het bevoegd gezag. De Raad van State stelde de natuurpartijen in het gelijk. De natuurlijke kwaliteit van de Westerschelde werd daar echter niet beter. Na een paar jaar wilden de partijen het over een andere boeg gooien door in samenwerking te zoeken naar mogelijkheden voor economie en natuur in de Westerschelde.

 

Scope verbreden

Aanvankelijk startte de samenwerking met het zoeken naar mogelijkheden om een havenproject te realiseren en ter compensatie daarvan natuur te ontwikkelen in een aangekochte polder. De natuurorganisaties vonden dat echter een te beperkte uitruil van belangen en wilden hierin niet meegaan. Daarop verbreedden we het vraagstuk en gingen op zoek naar oplossingen in het brede riviersysteem.

 

Onzekerheid over het doel

In het proces van het opzetten van een formele samenwerking met een governance-structuur, het beschikbaar stellen van fondsen, het opstellen van een overeenkomst en het opzetten van een werkprogramma, sluimerde onzekerheid over de kern van de gezamenlijke doelstelling, namelijk het verbeteren van de natuurlijke kwaliteit van het riviersysteem. De Natura2000 rapportages over de “staat van instandhouding” van de Westerscheldenatuur waren zeer uitgebreid maar beschreven niet precies wat de natuurorganisaties bedoelden. Een betere definitie was echter niet voorhanden. Wij stelden voor om joint fact finding te organiseren rond de vraag wat er nodig zou zijn om de natuur te verbeteren.

 

Gezamenlijk opdrachtgeverschap

Gezamenlijk bepaalden de partijen de onderzoeksvragen en werden de deskundigen uitgenodigd. In overleg met hen werden de vragen aangescherpt en vervolgens gezamenlijk opdracht gegeven tot het doen van onderzoek. In een periode van c.a. 4 maanden werd het antwoord op de centrale vraag steeds duidelijker: natuurherstel was gebaat bij een bepaald type schor dat bijna niet voorkomt maar redelijk eenvoudig is te realiseren. De samenwerkende organisaties gebruiken deze inzichten inmiddels voor het bepalen van de prioriteiten van investeringen in haven- en natuurontwikkeling.

Joint Fact Finding

Veel publieke besluitvorming berust op feiten. Maar wat als er geen overeenstemming is over de feiten? Of als er een conflict is over wat de feiten zijn, of als er grote onzekerheden zijn? De acceptatie van expert-kennis over vraagstukken zoals het klimaat, geluidsoverlast of spoorwegtrillingen is niet onomstreden. In het maatschappelijke debat ligt deze onderliggende kennis vaak onder vuur. Recentelijk gingen boeren zelfs op weg naar het RIVM om te protesteren tegen de meetmethode van de stikstofberekeningen. Dat illustreert hoezeer (wetenschappelijke) feiten inzet zijn van conflict.

Als partijen het niet eens zijn met de gevolgen van beleidskeuzes ontstaat er discussie over feiten. Om te voorkomen dat de beleidsvoorbereiding in een impasse raakt door de onenigheid over feiten en beschikbare kennis, helpt het om overeenstemming te hebben over de feitenbasis. Een beproefde methode hiervoor is joint fact finding, ofwel een gezamenlijk feitenonderzoek. In een joint fact finding zetten belanghebbenden met behulp van experts de feiten op een rij, om vanuit een gemeenschappelijke basis tot oplossingen en afspraken te komen. Partijen verzamelen kennis en voegen die samen in een gemeenschappelijke kennisbasis. In de praktijk kan een proces van joint fact finding verschillende vormen aannemen.

 

Naar het overzicht